A. S. Byatt is een literatuurwetenschapper en gewend om college te geven. Dat valt goed te merken in The Children’s Book. Gelijk een docent stopt ze allerlei literaire wetenswaardigheden in haar verhalen.
Bijvoorbeeld over de kracht van sprookjes, waarbij ze teruggrijpt naar de gebroeders Grimm. Of over het begrip Ekfrasis, waarbij het object (zoals op een urn of op een vaas) ons een gedetailleerd verhaal kan vertellen aan de hand van de afgebeelde figuren.
Byatt is sterk in het verwijzen naar andere schrijvers uit de literatuurgeschiedenis. Zo toont ze ons de wereld van E.T.A. Hoffmann (“Der Sandmann” en van Heinrich von Kleist’s verhandeling “Über das Marionettentheater”; beiden zijn vertegenwoordigers van de Duitse romantiek.
Ze vertelt verhalen in verhalen, ‘mise en abyme’ genoemd oftewel het zgn ‘Droste-effect’.
Verder kun je voor Herbert Methley, een van de personages in het boek, de figuur van D.H. Lawrence invullen. Net als Lawrence is Methleyeen schrijver die bijzonder interesse koestert voor seksuele experimenten en vrije expressie.
Het is knap gedaan van Byatt dat ze vele personages opvoert, wel meer dan twintig, en dat het de lezer toch niet duizelt. De ontwikkelingen naar de zelfmoord van een van de kinderen, Tom, weet ze overtuigend neer te zetten. Byatt heeft daar zelf ervaring mee, ze heeft een zoon die op jeugdige leeftijd is verongelukt. De verhalen en personages in het boek zijn als draden die tezamen een kleurrijk tapijt opleveren. Dus ja, alles bij elkaar opgeteld, heeft ze een indrukwekkende prestatie geleverd… Ik heb slechts een enkele verzuchting: het is allemaal zo ernstig. Byatt heeft weinig gevoel voor humor.
Ik werd niet echt gegrepen door de belevenissen van haar personages. De ambities van de kinderboekenschrijfster Olive, de uitwerking daarvan op haar zoon Tom, de zoektocht naar haar wortels van Dorothy, het was interessant om hun wegen te volgen maar er bleef desondanks een zekere afstand bestaan.
Laten we het een informatief en interessant boek noemen…
