<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>www.Readers-Talk.com</title>
	<atom:link href="http://www.readers-talk.com/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.readers-talk.com</link>
	<description>Readers Talk</description>
	<lastBuildDate>Wed, 28 Jul 2010 12:32:46 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.9</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Altijd &#8211; Bert Voeten</title>
		<link>http://www.readers-talk.com/140/altijd-bert-voeten/</link>
		<comments>http://www.readers-talk.com/140/altijd-bert-voeten/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 28 Jul 2010 12:32:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Cora Stam</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Nederlands]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.readers-talk.com/?p=140</guid>
		<description><![CDATA[Altijd
Soms kan men wakker worden
en zeggen: zie, wij zijn warm
en onbekleed, onze handen
zijn huisdieren, zij wandelen
over een schouder, een borst
zij schuilen in okselnesten
in tere huidplooien, zij
stenograferen liefde en spreken bijna.
Soms zijn de mensen een handbreed
van het geluk af, dromend
in een junivertrek. De zon laat
goudkevers over hun handen
lopen; de middag legt zijn
oor aan hun borst en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Altijd</p>
<p>Soms kan men wakker worden<br />
en zeggen: zie, wij zijn warm<br />
en onbekleed, onze handen<br />
zijn huisdieren, zij wandelen<br />
over een schouder, een borst<br />
zij schuilen in okselnesten<br />
in tere huidplooien, zij<br />
stenograferen liefde en spreken bijna.</p>
<p>Soms zijn de mensen een handbreed<br />
van het geluk af, dromend<br />
in een junivertrek. De zon laat<br />
goudkevers over hun handen<br />
lopen; de middag legt zijn<br />
oor aan hun borst en luistert<br />
naar het gepraat van hun hart, naar<br />
de muziekdoos van hun gedachten.</p>
<p>En altijd komt de nacht met<br />
handenvol donker. Slaaploos<br />
keert men terug naar wat men<br />
even vergat, terug naar<br />
wat men altijd verwacht: een<br />
hand die vuist wordt, een vuist<br />
die neer kan komen, eensklaps,<br />
midden in ons bestaan.</p>
<p>Bert Voeten<br />
Uit: De tijd te lijf en andere gedichten<br />
(Amsterdam: De Bezige Bij, 1961)</p>
<p>Met dank aan Hanne van de boekgrrls&#8230;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.readers-talk.com/140/altijd-bert-voeten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Over &#8216;De dood heeft mij een aanzoek gedaan&#8217;, door Kristien Hemmerechts</title>
		<link>http://www.readers-talk.com/137/over-de-dood-heeft-mij-een-aanzoek-gedaan-door-kristien-hemmerechts/</link>
		<comments>http://www.readers-talk.com/137/over-de-dood-heeft-mij-een-aanzoek-gedaan-door-kristien-hemmerechts/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 20 Jul 2010 18:14:07 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Cora Stam</dc:creator>
				<category><![CDATA[Boekrecensies]]></category>
		<category><![CDATA[Nederlands]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.readers-talk.com/?p=137</guid>
		<description><![CDATA[Vandaag &#8216;De dood heeft mij een aanzoek gedaan, Over dood, leven en liefde&#8217;
van Kristien Hemmerechts uitgelezen.
Negen maanden lang heeft Hemmerechts nieuwsfeiten over de thema&#8217;s dood,
leven en liefde en haar gedachten daarover genoteerd.
Het boek is opgedragen aan haar vader die eind 2007 is overleden. Het is een
werk dat je in stukjes tot je neemt, niet een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div><span style="font-family: Arial; font-size: x-small;"><span style="font-family: Times New Roman; font-size: small;">Vandaag &#8216;De dood heeft mij een aanzoek gedaan, Over dood, leven en liefde&#8217;<br />
van Kristien Hemmerechts uitgelezen.<br />
Negen maanden lang heeft Hemmerechts nieuwsfeiten over de thema&#8217;s dood,<br />
leven en liefde en haar gedachten daarover genoteerd.<br />
Het boek is opgedragen aan haar vader die eind 2007 is overleden. Het is een<br />
werk dat je in stukjes tot je neemt, niet een verhaal om in een ruk uit te<br />
lezen. Geen fictie, Hemmerechts is wel belezen. Ze is hoofddocent Engelse<br />
letterkunde aan de Katholieke Universiteit in Brussel.<br />
Dus, ze verwijst regelmatig naar literatuur. Zo vertelt ze bijvoorbeeld dat<br />
ze met een zucht van spijt V.S. Naipaul&#8217;s &#8216;A House for Mr Biswas&#8217; heeft<br />
dichtgeslagen:</p>
<p>&#8216;Naipauls &#8216;A House for Mr Biswas&#8217; is uit en ik voel me een beetje in de<br />
rouw. Wat is het ergste: afscheid van een personage of afscheid van een ijzersterk<br />
boek?&#8217;</p>
<p>Verder verwijst Hemmerechts veelvuldig naar artikelen in The Guardian die<br />
binnen haar thema&#8217;s vallen.</p>
<p>Hemmerechts refereert ook aan &#8216;Nothing to be frightened of&#8217; van Julian<br />
Barnes, een boek dat ik nu &#8211; heel toevallig &#8211; ook aan het lezen ben. Barnes&#8217;<br />
essays betreffen zijn angst voor de dood, die hij tracht te analyseren.<br />
Aanleiding is &#8211; alweer, net als bij Hemmerechts &#8211; het overlijden van vader.<br />
Terwijl Barnes bezig is met het schrijven van deze essaybundel, weet hij nog<br />
niet dat een half jaar daarna zijn vrouw aan kanker zal overlijden&#8230;</p>
<p>Zware thema&#8217;s, ja&#8230;maar ik heb &#8216;De dood heeft mij een aanzoek gedaan&#8217; met<br />
interesse gelezen. Ik heb genoten van Hemmerechts&#8217; gedachtensprongen. Haar verbijstering over<br />
wat mensen elkaar aan kunnen doen, heeft mij aan het denken gezet.</p>
<p>Maar grappig genoeg voelde ik mij het meest geraakt door een van haar<br />
citaten, een fragment uit een blog van ene Frank Albers, waarin hij<br />
vertelt over zijn dochter die zestien jaar wordt en dat wil vieren met een<br />
feestje in de tuin (p. 271). Albers bekijkt het gedoe vanaf een afstandje,<br />
en zegt dan onder meer:</p>
<p>&#8216;Zoals wij haar kindertijd zijn vergeten, zo zal zij onze volwassen jaren<br />
vergeten zijn. Dit gebarsten nu waarin wij elkaar steeds moeizamer vinden. Nooit zal zij<br />
weten wie wij ooit voor haar zijn geweest, wilden zijn.<br />
Kinderen en ouders leven niet in dezelfde tijdzone. Je kijkt nooit door één<br />
oog, nooit vind je elkaar in hetzelfde geluk, hetzelfde verdriet.<br />
Het gruwelijke besef: zij zijn ons vreemd.&#8217;</p>
<p>Ik heb zelf een dochter van 21 en besef met regelmaat hoe groot de kloof is<br />
tussen mijn generatie en die van haar.<br />
Haar vrienden zijn de mijne niet en vice versa. Dat hoeft op zich geen drama<br />
te zijn. Maar de interesseboog is ongelijk: ik wil best wel weten wat haar<br />
bezighoudt in het leven. Andersom is dat anders. Andersom is er amper<br />
aandacht. Je bent de moeder en dat is genoeg.<br />
Meer willen de kinders niet van ons weten. Niet wie we zijn, wat we denken<br />
en wat we meemaken. Ergens zijn we vreemden voor elkaar.<br />
Grappig dat blijkbaar ook sommige vaders daaronder lijden.</p>
<p>Cora</p>
<p>ps zie hier de rest van Albers&#8217; blog:</p>
<p></span><a href="http://frankalbers.blogspot.com/2009_05_01_archive.html"><span style="font-family: Times New Roman; font-size: small;">http://frankalbers.blogspot.com/2009_05_01_archive.html</span></a></p>
<p></span></div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.readers-talk.com/137/over-de-dood-heeft-mij-een-aanzoek-gedaan-door-kristien-hemmerechts/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hunger</title>
		<link>http://www.readers-talk.com/135/hunger/</link>
		<comments>http://www.readers-talk.com/135/hunger/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 09 May 2010 14:11:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Cora Stam</dc:creator>
				<category><![CDATA[English]]></category>
		<category><![CDATA[Fiction]]></category>
		<category><![CDATA[Reviews]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.readers-talk.com/?p=135</guid>
		<description><![CDATA[Herta Müller is the author of  ‘Everything I Possess I Carry With Me’ (German: ‘Atemschaukel’). Last year she won the Nobel Prize for Literature. She is born in Romania (1953) and she has lived under the repressive regime of Ceauşescu. Her father had been a member of the Waffen SS during World War II, in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Herta Müller is the author of  ‘Everything I Possess I Carry With Me’ (German: ‘Atemschaukel’). Last year she won the Nobel Prize for Literature. She is born in Romania (1953) and she has lived under the repressive regime of Ceauşescu. Her father had been a member of the Waffen SS during World War II, in Communist Romania he earned a living as a truck driver. Müller has written many novels about the cruelty and terror, from the viewpoint of the German minority in Romania. </p>
<p>‘Everything I Possess I Carry With Me’ (2009) portrays the deportation of German speaking Romanians to Russia during the Soviet occupation of Romania for use as forced labor. Müller describes the journey of the seventeen years old boy Leo to a gulag in the Soviet Union in 1945. He is forced to stay in this labour camp until 1950.</p>
<p>This story is inspired by the memories of a poet (Oskar Pastior) but also by what happened to Müller’s own mother who was sent to such a camp when she was seventeen.</p>
<p>It is a grim story, about hunger and violence and indifference. When there’s hardly anything to eat, except some bread of a bad quality and soup with cabbage shreds, while you are doing hard physical labour, like digging coal and pitch, gradually men become ‘egotistical’. They can’t afford any sentimental feelings if they want to survive.</p>
<p>So we could ask ourselves, if people have survived such horrors, what have they been doing for trying to survive? Are they, in one way or another, guilty? Or, is this an inappropriate question&#8230;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.readers-talk.com/135/hunger/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Filosofie</title>
		<link>http://www.readers-talk.com/113/filosofie/</link>
		<comments>http://www.readers-talk.com/113/filosofie/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 10 Jan 2010 19:31:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Cora Stam</dc:creator>
				<category><![CDATA[Filosofie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.readers-talk.com/?p=113</guid>
		<description><![CDATA[Het allereerste filosofiecollege herinner ik mij nog goed. Allemachtig, wat zijn er veel studenten aanwezig. Rij na rij, schouder aan schouder. Men noteert ijverig. Moet je dat allemaal opschrijven, wat de docent-doctor vertelt? Zou ik dat tempo wel bij kunnen houden&#8230; en al die ingewikkelde zinnen&#8230; Ik ben geïmponeerd en opgetogen.
In de pauze voeg ik me [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het allereerste filosofiecollege herinner ik mij nog goed. Allemachtig, wat zijn er veel studenten aanwezig. Rij na rij, schouder aan schouder. Men noteert ijverig. Moet je dat allemaal opschrijven, wat de docent-doctor vertelt? Zou ik dat tempo wel bij kunnen houden&#8230; en al die ingewikkelde zinnen&#8230; Ik ben geïmponeerd en opgetogen.</p>
<p>In de pauze voeg ik me nieuwsgierig in de kring bewonderaars rond de wijsgeer. Hij kijkt mij vriendelijk en afwachtend aan. Maar ik zeg niets, ik kijk wel uit. Een eerstejaars weet toch nog niks.</p>
<p>We lezen teksten van Plato, Aristoteles en Thomas van Aquino. Vervolgens maken we kennis met Descartes, Hume, de beroemde Kant &#8211; en Hegel. We krijgen een indruk van de Indische Wijsbegeerte, de Chinese en de Japanse filosofie. En we bestuderen teksten van Nietzsche en Heidegger.</p>
<p>Bij de module Logica tracht men ons de kunst van het zuiver redeneren bij te brengen. Enig wiskundig inzicht vergemakkelijkt het begrip van dit soort filosofische problemen. Jammer genoeg mis ik die aanleg maar ik sla me er doorheen.</p>
<p>Metafysica biedt ons een blik op een wereld die bestaat los van de mens. Dat kan niet, meent Kant, zo’n wereld bestaat niet. De wereld gedraagt zich immers zoals de mens haar oplegt zich te gedragen. Ik ben verrukt.</p>
<p>Wat ik ook leuk vind, is euthanasie. Ik bedoel in de colleges ‘Inleiding in de ethiek’. Er staan in het bijbehorende leerboek interessante casussen. Heel praktijkgericht, daar houd ik wel van. En steeds maar weer blijkt dat een probleem vele kanten heeft en dat er geen eenduidige oplossingen bestaan.</p>
<p>Als ik mij voor taalfilosofie moet verdiepen in zeven verschillende filosofische benaderingen van het begrip ‘betekenis’, gevolgd door twee centrale onderwerpen die elk gerelateerd zijn aan de filosofische discussie over de betekenis &#8211; communicatief handelen en intentionaliteit &#8211; en de status van regels, ben ik iets minder enthousiast.</p>
<p>Kentheorie spreekt mij meer aan. We onderzoeken wat het verband is tussen kennis en geloof en wereld.  Allerlei filosofen komen voorbij met hun eigen -ismes. We lezen Descartes met zijn rationalisme, Kant en het idealisme, over het holisme van Quine en Rorty de pragmatist. Dat Kripke’s  houten tafel niet van ijs is gemaakt, hebben we bij kentheorie geleerd.</p>
<p>Tussen de bedrijven door lees ik Kierkegaard, vader van het existentialisme. Hij kon zo overtuigend lijden en twijfelen aan alles…Voor Kierkegaard is elke mens uniek, hij vraagt zich af wat de betekenis is van het individu.</p>
<p>Verder kom ik Karl Jaspers tegen die voor een groot deel meegaat met Kierkegaard. Behalve filosoof was Jaspers ook psychiater, dus niet de eerste de beste. Hij stelt dat de mens pas tot zelfrealisatie komt in grenssituaties (lijden, schuld, strijd en dood). In zijn mislukken wordt de ware mens geboren.</p>
<p>Ik wist het wel, ik ben niet voor niets filosofie gaan studeren. Ik voel mij als een klant bij de banketbakker. In de vitrine liggen de meest exquise taartjes. Ik mag kiezen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.readers-talk.com/113/filosofie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het Sublieme</title>
		<link>http://www.readers-talk.com/111/het-sublieme/</link>
		<comments>http://www.readers-talk.com/111/het-sublieme/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 21 Dec 2009 21:05:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Cora Stam</dc:creator>
				<category><![CDATA[Esthetica]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.readers-talk.com/?p=111</guid>
		<description><![CDATA[Het Sublieme
 
De sublieme ervaring begint met gevoelens van schrik en vrees voor het onbekende. Je weet dat er iets vreselijks in beeld gaat komen, bij voorbaat zet je je schrap. Denk bijvoorbeeld aan de eerste keer dat je The Elephant Man zag, met John Hurt als de mismaakte, ongelukkige hoofdpersoon. Of die keer dat je [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h1>Het Sublieme</h1>
<p><strong> </strong></p>
<p>De sublieme ervaring begint met gevoelens van schrik en vrees voor het onbekende. Je weet dat er iets vreselijks in beeld gaat komen, bij voorbaat zet je je schrap. Denk bijvoorbeeld aan de eerste keer dat je <em>The Elephant Man </em>zag, met John Hurt als de mismaakte, ongelukkige hoofdpersoon. Of die keer dat je op de kermis achter het gordijn, na het betalen van een hoge toegangsprijs de dame met de baard mocht aanschouwen. Zo herinner ik mij nog levendig dat ik als kind van tien of elf een keer op zaterdagavond mocht opblijven om naar de klokkenluider van de <em>Notre-Dame</em> te kijken. Dat was niet de Disney-versie, maar een heuse zwart-wit film, met echte mensen en met Orson Welles in de hoofdrol. Men had mij van tevoren gewaarschuwd: ik zou een zwaar gehandicapte, lelijke mens gaan zien, met een afgrijselijk gezicht en een gebocheld figuur. Daarbij moest ik goed onthouden dat het heus niet eng was, want het was maar een film, het was nep. Toen de film begon, klopte het hart mij in de keel. Bijna durfde ik niet naar het televisiescherm te zien, maar het moest, want anderzijds was ik toch ook wel nieuwsgierig. Een huiveringwekkende ervaring en ach, wat viel het mee toen de gebochelde in beeld kwam. Die pathetische, zielige figuur, was die nou zo eng? In mijn fantasie was het vele malen griezeliger geweest. Niettemin kan dit geen ervaring van het sublieme genoemd worden, eerder was het een ervaren van <em>etwas unheimliches</em>. Want hoewel ik de klokkenluider bij bestudering helemaal niet eng meer vond, kon ik zijn schoonheid toch niet ontdekken. Zo ook met de <em>Elephant Man,</em> een deerniswekkende figuur, maar geen mooie mens, niet schoon in zijn lelijkheid. Daarom ben ik van mening dat een sublieme ervaring alleen weg te halen valt in een natuurverschijnsel of in de kunst.</p>
<p>Zoals een vulkaankrater kan fascineren, want stel dat er net – onverwachts &#8211; een uitbarsting komt precies op het moment jij over de rand de diepte in staat te turen, dat is toch wel spannend &#8212; en tegelijk zou een uitbarsting prachtig en imposant zijn. Of denk aan een dreigend onweer, met grote donkergrijze wolken, dat vanuit de verte jouw kant opkomt snellen, met felle bliksems en daverende donderslagen , en je staat ondertussen helemaal alleen op een grote, eenzame vlakte het geweld af te wachten. Griezelig en tegelijk:  wonderschoon.</p>
<p>In de schilderkunst zijn het voor mij de werken van Egon Schiele die een sublieme ervaring kunnen oproepen, telkens en telkens weer. Hij schilderde de mensen zo lelijk, met scherpe lijnen, vertrokken gezichten, hoekig en mager, in giftige kleuren. Hun naaktheid zo afstotend en schaamteloos. Eigenlijk moet je jezelf dwingen om te kijken, je wilt eerder wegkijken. Maar, als de eerste schrik en weerstand voorbij is en je jezelf de tijd gunt om kalm te worden, om daarna rustiger te kijken, dan valt het je op hoe de lijnen de kwetsbaarheid van de afgebeelde figuur onthullen, hoe mooi de figuren eigenlijk zijn in hun lelijkheid. Hoe genadeloos en eerlijk laat Schiele ons dat zien, en hoe confronterend. Hoe knap dat een kunstenaar dat voor elkaar kan krijgen,</p>
<p>Dat hij je schokt en ongemakkelijk doet voelen en een indruk bij je achterlaat die je op je schouder mee naar huis neemt en waar je nog dagen daarna mee bezig bent. Dat is voor mij een ervaren van het sublieme. Dan heeft de lelijkheid en gruwelijkheid zich als het ware ‘veresthetiseerd’. Je bent geraakt: na de afschrikwekkende en huiveringwekkende confrontatie is de belevenis veranderd in een – verslavende &#8211; ervaring van iets wonderschoons.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.readers-talk.com/111/het-sublieme/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Welcome to Readers everywhere</title>
		<link>http://www.readers-talk.com/107/welcome-to-readers-everywhere/</link>
		<comments>http://www.readers-talk.com/107/welcome-to-readers-everywhere/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 20 Dec 2009 19:48:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Cora Stam</dc:creator>
				<category><![CDATA[Home]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.readers-talk.com/?p=107</guid>
		<description><![CDATA[ 
I’m pleased to see you here!
This website has evolved from the literary salon that I ran for some years in Amsterdam. Recently relocated to the UK, although I’m quite happy in my new homeland, I do rather miss my literary/philosophical activities and have therefore created this little corner on the internet, intended as a place [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p> </p>
<p>I’m pleased to see you here!</p>
<p>This website has evolved from the literary salon that I ran for some years in Amsterdam. Recently relocated to the UK, although I’m quite happy in my new homeland, I do rather miss my literary/philosophical activities and have therefore created this little corner on the internet, intended as a place where you and I may talk about themes that arise from our reading.</p>
<p>I have always been an avid reader and maybe you’re an avid reader too. Luckily for us, there’s a lot to read. Sometimes it’s hard to make a choice. After reading a great story or an interesting article or a meaningful essay we want to talk about it, don’t we… </p>
<p>Anyway, I’ve studied philosophy and literary studies at the University of Amsterdam.</p>
<p>I’ve been supervising some reading circles in the past and am still doing this. Besides that I’m part of some other ad hoc groups, one studying philosophy and another reading Proust’s ‘Time Regained’ &#8211; a time-consuming project in itself&#8230;</p>
<p>Inspiring people to read, that&#8217;s what I like most.</p>
<p>My specialisation is the work of one of the greatest thinkers of the French Enlightenment of the eighteenth-century, Denis Diderot; I’m also familiar with Hungarian literature (authors like Sandór Marái, Magda Szabo, Imre Kertesz and many others); I have studied the work of J.M. Coetzee, his prose and his essays; additionally, I have become interested in Japanese writers and I’m reviving my knowledge of Hegel and Foucault plus trying to master the thoughts of the German philosopher Peter Sloterdijk. And there’s poetry of course… </p>
<p>So, reader, maybe you are thinking now: &#8220;This is all very interesting but what&#8217;s in for me?&#8221; “Why should I join, spend my time here, why should I subscribe to this site?”<br />
I&#8217;ve been thinking about these questions too.</p>
<p>To begin with, maybe we could exchange our views on literary and philosophical issues in general&#8230; Secondly, this is a platform where you may discuss fiction, for instance the latest novel of Ian McEwan, Haruki Murakami, or Alice Munroe’s short stories… Are the novels by Orhan Pamuk or James Joyce or Thomas Pinchon really that difficult to read? What’s so fascinating about Alain de Botton?</p>
<p>If you&#8217;re interested in reading, than we can talk about good books, books that matter.<br />
Literature has the ability to make someone happy or uneasy, reconciled with life, or disturbed.<br />
That goes for philosophy too, asking yourself philosophical questions, about ourselves, the world around us, is like feeding your brain… and keeping yourself healthy&#8230;</p>
<p>So why don’t you give yourself a chance, join the discussion, subscribe today, add your comments and tell us about your experiences as a reader, I’d love to hear them &#8211; and I bet I’m not the only one.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.readers-talk.com/107/welcome-to-readers-everywhere/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>J. M. Coetzee en zijn essays</title>
		<link>http://www.readers-talk.com/103/j-m-coetzee-en-zijn-essays/</link>
		<comments>http://www.readers-talk.com/103/j-m-coetzee-en-zijn-essays/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 17 Dec 2009 19:07:59 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Cora Stam</dc:creator>
				<category><![CDATA[Schrijversporttretten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.readers-talk.com/?p=103</guid>
		<description><![CDATA[Introductie
J.M. Coetzee staat de laatste jaren zozeer in de belangstelling dat het moeilijk is om nog iets nieuws over hem te schrijven. Hij is winnaar van diverse literaire prijzen zoals de Booker Prize -  deze heeft hij zelfs tweemaal gekregen &#8211; in 1983 voor Life and Times of Michael K. (Wereld en wandel van Michael [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Introductie</strong></p>
<p>J.M. Coetzee staat de laatste jaren zozeer in de belangstelling dat het moeilijk is om nog iets nieuws over hem te schrijven. Hij is winnaar van diverse literaire prijzen zoals de <em>Booker Prize</em> -  deze heeft hij zelfs tweemaal gekregen &#8211; in 1983 voor <em>Life and Times of Michael K. </em>(<em>Wereld en wandel van Michael K.</em>) en in 1999 voor <em>Disgrace</em>, (In ongenade); in 2003 ontving hij de Nobelprijs voor zijn gehele œuvre.  Hij is niet alleen bekend vanwege zijn romans, zijn  schrijverschap behelst meer, hij schrijft literaire kritieken, hij is een linguïst, een  essayist en een autobiografisch schrijver. Zo heeft hij  behalve Marcellus Emants’ <em>Een nagelaten bekentenis,</em> (<em>A Posthumous Confession</em>) ook gedichten van Leo Vroman, Sybren Polet, Hans Faverey en Gerrit Achterberg in het Engels vertaald. Naast Afrikaans en Engels beheerst hij het Nederlands goed genoeg om het te kunnen lezen, misschien nog wel beter dan het Afrikaans, maar hij beheerst het Nederlands niet in die mate, dat hij het ook kan spreken. Hoewel Coetzee naar eigen zeggen graag een polyglot zou willen zijn,  mist hij daartoe  &#8211; zo zegt hij zelf &#8211; de benodigde vaardigheden.</p>
<p>Hoe dan ook, dit gemis maakt hij op andere gebieden ruimschoots goed. Er zijn enkele voortreffelijke essaybundels van zijn hand verschenen, zoals <em>White Writing: On the Culture of Letters in South Africa</em> (1988), <em>Giving Offense. Essays on Censorship</em> (1996), <em>Stranger Shores, Literary Essays 1986-1999 </em>(2002, herdruk)  en <em>Doubling the Point </em>(1992), een bundel bestaande uit interviews met Coetzee, afgewisseld met essays. Over <em>Stranger Shores </em>en <em>Doubling the Point </em>gaat dit<em> </em>artikel.</p>
<p> </p>
<p>  <strong>  Biografie</strong></p>
<p>John Maxwell Coetzee is geboren op 9 februari 1940 in Kaapstad als zoon van Zacharias Coetzee en Vera Wehmeyer. Zacharias,  zoon van een schapen-boer, is  advocaat van beroep. Impressies van zijn jeugd heeft Coetzee beschreven in het autobiografisch getinte <em>Boyhood: Scenes from Provincial Life, </em>in het Nederlands verschenen als <em>Jongensjaren</em>. <em>Scènes uit de provincie </em>(1997). In <em>Youth,  </em>(<em>Portret van een jongeman</em>) vervolgt hij zijn herinneringen vanaf het moment dat hij als negentienjarige Zuid Afrika verlaat en de wijde wereld intrekt. Om te beginnen strijkt hij neer in Engeland.  Voordat hij zich vanaf het midden van de jaren zestig als schrijver begint te ontwikkelen, beoogt hij een wiskundige carrière. In Londen werkt hij drie jaar bij de IBM als computerprogrammeur. Daarna maakt hij de overstap naar een academische loopbaan en verdiept zich aan de universiteit in linguïstiek en  literatuur.   In 1963 treedt hij in het huwelijk met Philippa Jubber, in 1966 wordt zijn zoon Nicolas geboren en twee jaar later zijn dochter Gisela. In 1969 promoveert hij  &#8211; inmiddels verhuisd &#8211; aan de Universiteit van Texas op <em>The English Fiction of Samuel Beckett: An Essay in Stylistic Analysis. </em>Tussen 1974 en 1986 verschijnen vijf romans van hem, met een regelmaat van telkens drie jaar. De rode draad in zijn verhalen is het betoog van de protagonist in conflict met macht. Ofschoon Coetzee’s intellectuele banden wereldomvattend zijn, valt er in zijn werk altijd een lokale en nationale tendens te bespeuren. In 1984 krijgt hij een aanstelling als  hoogleraar Algemene Literatuurwetenschap aan de Universiteit van Kaapstad en in 2002 ging hij daar met pensioen. Vervolgens verhuisde hij naar Adelaide (Australië), waar hij een aanstelling kreeg als onderzoeker aan de faculteit Engels van de Universiteit van Adelaide. Op 6 maart 2006 werd hij Australisch staatsburger.</p>
<p>Sociaal gezien komt hij uit een familie zonder dat deze hem bepaalde voor-delen oplevert, geen voordelen bekeken vanuit een blanke middenklasse, geen contacten in Afrikaanse of Engelse kringen. Zijn ouders gingen voortdurend gebukt onder financiële zorgen.  Coetzee betaalde zijn eigen studie door  allerlei  bijbaantjes aan te nemen, al was het alleen maar omdat hij zijn moeder’s opofferingen niet verdroeg.  Terugblikkend op zijn jeugd, vindt hij dat hij als kind meer dan genoeg heeft gezien van het Afrikaanse recht en van de wreedheden uit naam van recht begaan. Als student koos hij partij voor links, echter zonder zich persoonlijk te verbinden. Hij voelde sympathie voor linkse opvattingen, maar schuwde de politieke taal die daaraan is verbonden. Mensenmassa’s roepen paniek bij hem op. Opmerkelijk is dat Coetzee bij de verslaggeving over zichzelf spreekt in de derde persoon enkelvoud, waarmee hij een zekere afstandelijkheid ten opzicht van zichzelf creëert  “Hij kan niet of zal niet, kan niet en zal niet, zich voegen, schreeuwen, zingen: zijn strot knijpt zich dicht, hij komt in opstand”.</p>
<p><strong><em>Stranger Shores</em> </strong></p>
<p>    <em>Stranger Shores </em> opent met de tekst van de lezing <em>What is a Classic?</em>  die Coetzee in 1991 in Graz, Oostenrijk heeft gegeven. In deze lezing verkent hij het antwoord op de vraag die hij zichzelf stelt over het – mogelijke – onvergankelijke aspect van de <em>Classic, </em>een ietwat lastig te vertalen begrip waarbij Coetzee doelt op de ‘klassieker’  onder de literatuur.  In deze verkenning leidt hij de toehoorders langs T. S. Eliot, Johann Sebastian Bach en Zbigniew Herbert. Na dit inleidende hoofdstuk doet Coetzee ‘vreemde stranden’ aan. Via de schipbreuk van Defoe’s <em>Robinson Crusoë</em>, langs   <em>Clarissa </em>van Richardson, belandt hij aan de Nederlandse kust, besteedt daar ruim aandacht aan Marcellus Emants, Harry Mulisch en Cees Nooteboom, trekt daarna richting binnenland langs Rainer Maria Rilke en Franz Kafka in vertaling en langs Robert Musil’s dagboeken, passeert onderweg soldaat  Schweik van Josef Skvorecky en komt vervolgens aan bij  Dostojewski en Brodsky. Daarna maakt Coetzee een omweg via Argentinië (Borges) wederom richting Engeland waar hij de vierdelige romancyclus van A.S. Byatt toelicht, hij  steekt de oceaan over naar de Carribische eilanden voor een bezoek aan Caryl Phillips, komt in India aan bij Salman Rushdie en reist verder naar Israël voor een ontmoeting met de schrijvers Aharon Appelfeld en Amos Oz. Omdat hij toch in de buurt is, gaat hij  langs Naguib Mahfouz  in Egypte en stuurt dan uiteindelijk aan op de thuishaven, waarbij hij de schrijvers Daphne Rooke, Nadine Gordimer, Doris Lessing, Breyten Breytenbach, Alan Paton en Helen Suzman aandoet. Hij besluit zijn rondreis bij Noël Mostert aan de grens van de Oost Kaap.</p>
<p> </p>
<p><em><strong>Doubling the Point</strong></em></p>
<p>De verzameling essays uit <em>Doubling the Point </em>beslaat de periode tussen 1970 en 1990; de essays uit <em>Stranger Shores</em> hadden hier in tijd – 1990-1999 -  naadloos op aan kunnen sluiten indien Coetzee dat ene essay over  Marcellus Emants uit 1986 er buiten had gelaten. Maar dat heeft hij niet gedaan. Coetzee heeft er voor gekozen om dat ene essay (pp. 34-38)  toch in <em>Stranger Shores </em>op te nemen<em>. </em>Het stuk betreft de inleiding die hij heeft geschreven bij zijn vertaling van <em>Een nagelaten bekentenis</em> (1894) in <em>A Posthumous Confession</em> van Emants.  Hoewel Emants zeker is beïnvloed door het Naturalisme, getuige zijn interesse voor het seksuele leven van de  middenklasse en zijn gebruik van psychopathologische begrippen om menselijke drijfveren te verklaren,  verschilt zijn opvatting wel degelijk van de naturalisten: zo is zijn kijk op de toekomst zeer pessimistisch in tegenstelling tot bijvoorbeeld Zola die toch in zijn romans een zeker vertrouwen op betere tijden uitdraagt; ook is Emants meer geïnteresseerd in psychologische processen dan het voor de Naturalisten zo kenmerkende systematische beschrijven van het burgerlijk milieu. Wat Coetzee zeer in Emants heeft gefascineerd, is diens pessimistische visie  over de verwachtingen van de mens ten aanzien van het leven. In onze jeugd creëren we een gefantaseerd ideaalbeeld over het zelf dat we willen worden, zo meende Emants. Helaas ontwikkelt ons leven zich niet aan de hand van onze idealen, maar door onbewuste krachten binnen onszelf. Deze krachten dwingen ons tot daden en in deze daden wordt aan ons getoond wie wij werkelijk zijn. De overgang van de gefantaseerde idealen naar het  leven zoals het werkelijk is, gaat gepaard met desillusies en pijn. Zulke pijn is het hevigst op het moment dat wij inzien hoe onoverbrugbaar de kloof is tussen het ideaalbeeld en het ware zelf. Emant’s visie is terug te vinden in zijn karakterschets van Willem Termeer, de hoofdpersoon in <em>Een nagelaten bekentenis. </em>Hij is een hulpeloze figuur, rond-dobberend in een zee van passies, angsten en afgunst, terwijl hij zich uit alle macht tevergeefs probeert te ontworstelen aan een confrontatie met het ware zelf dat zijn levensgeschiedenis hem toont: impotent, laf en belachelijk. In deze romanfiguur en diens auteur  ziet Coetzee erfgenamen van de ideeën van Rousseau, die als eerste de toon heeft gezet voor  de trend van de uitputtende, seculaire biecht, met zijn geëxalteerde uitroep dat het hoegenaamd onmogelijk is geheimen voor zichzelf te houden.  Op deze wijze heeft Rousseau geprobeerd door het propageren van de biecht als bekentenis,  voor zichzelf een monument op te richten, om zo een waardeloos leven in kunst om te zetten. Coetzee verwijt Emants dat hij onder het mom van wetenschappelijke doeleinden zijn particuliere interesse in de psychopathologie trachtte te verbloemen. Coetzee is de laatste om te ontkennen dat kunstenaars ons net zoveel kunnen leren over ons innerlijk leven als de psychologen dat doen. Hij  vraagt zich echter af of de motieven van de kunstenaar wel zo helder en onbewogen zijn als Emants hem wil doen geloven. Hier ziet hij de auteur onlosmakelijk verbonden met zijn protagonist, die zijn basismetaal  wil transformeren in goud. Meer fiducie heeft Coetzee in Dostojewski die over hetzelfde thema heeft geschreven in <em>Aantekeningen uit het ondergrondse. </em> Het grote verschil Emants en Dostojewski is dat de laatste, behept met diepere inzichten in de motieven achter de biecht, gewoon doorging met schrijven en  nog enkele juweeltjes van zijn hand liet verschijnen zoals bijvoorbeeld <em>De idioot </em> en  op professionele wijze de pretenties van Rousseau om zeep hielp. De minder briljante Emants daarentegen is naar de overtuiging van Coetzee blijven steken in de valstrikken van Rousseau.<em>  </em><em> </em></p>
<p>    In   <em>Doubling the Point </em> zijn de essays thematisch gerangschikt, ze betreffen schrijvers zoals  Beckett, Kafka en Musil, maar ook  autobiografische teksten van Rousseau, Tolstoi en Dostojewski,  de dichter Achterberg,  de populaire cultuur van rugby,  Zuid-Afrikaanse schrijvers  en  censuur. De tussen 1970 en 1990 geschreven stukken vormen voor Coetzee   aanzetten tot reflectie, deze inzichten zijn  uitgewerkt in de interviews<em>. </em>Coetzee’s schrijven over literatuur, retorica, populaire cultuur en censuur kunnen beschouwd worden als zijn persoonlijke bakens: tezamen vormen zij een  retrospectief. De diverse onderwerpen worden ingeleid aan de hand van een interview met Coetzee, waarin deze nadenkt over en terugkijkt op het desbetreffende essay &#8211; <em>doubling back </em>–  waarbij hij tevens  probeert na te gaan wat er terecht is gekomen van de doelen die hij nastreefde. Coetzee is niet alleen met de interviewer in gesprek,  maar ook met de schrijver die hij  was op het moment dat hij de essays schreef – en in dit opzicht valt het werk te beschouwen als een autobiografie en is daarom nog de moeite waard haar aan een nadere beschouwing te onderwerpen.  <em> </em></p>
<p>Zo langzamerhand is Coetzee’s aversie tegen interviews alom bekend, maar blijkbaar heeft hij zich  kunnen vinden in de wijze waarop de interviews uit deze bundel tot stand zijn gekomen. <em>Doubling the Point</em> is ontstaan in een periode van twee jaar en binnen dat tijdsbestek heeft Coetzee alle tijd gekregen – misschien beter gezegd: genomen &#8211; om op weloverwogen wijze zijn antwoorden te wikken en te wegen. Normaliter ziet hij  een interview als een uitwisseling met een totale vreemde, die zich het recht heeft toegeëigend vanwege zekere conventies van het genre de grenzen in de conversatie te overschrijden. Coetzee beschouwt zichzelf allerminst als een publieke figuur, hij verafschuwt de inbreuk op eigendom, om nog maar niet te spreken over inbreuk op iemands privacy, iets wat naar zijn overtuiging regelmatig voorkomt in de doorsnee interviews. Vaak ergert  hij zich ook aan een gebrek aan professionaliteit van de kant van de interviewer.  Los van deze irritaties voelt Coetzee bovendien een sterke behoefte de controle over het interview in eigen hand te houden. Schrijven vindt hij geen bezigheid die verward kan worden met vrije expressie. Dialogisch ‘opereren’ betekent voor hem het wakker maken van de tegenstemmen in zichzelf en het zich inlaten in een gesprek met deze tegenstemmen. De kwaliteit van een schrijver  valt af te meten aan de mate waarin hij daartoe in staat is, terwijl interviewers iets heel anders willen: zij willen een stroom van woorden. Deze woordenstroom schrijven ze op, censureren  passages  en schrappen net zolang tot dat wat overblijft voldoet aan een in een monoloog gegoten ideaalbeeld.  Er bestaan twee soorten interviews, zegt Coetzee: het eerste is een beleefde versie van het rechtbankverhoor; het tweede is  een door de interviewer afgenomen biecht, waarbij de geïnterviewde waarheden over zichzelf dient te ontdekken waarvan hij zich nog niet bewust was.</p>
<p> </p>
<p><strong>Waarheid</strong></p>
<p>Voor Coetzee echter is waarheid  gerelateerd aan stilte, aan reflectie over de praktijk van het schrijven. Het spreken is geen waterval van woorden van waarheid, het is eerder een afgezwakte en geïmproviseerde versie van het schrijven. De interviewer probeert de geïnterviewde te overrompelen via  een verrassingstechniek die hij als een degen vermomt en  waarmee hij het lichaam van de geïnterviewde beschadigt en zelfs penetreert. Deze techniek ziet Coetzee niet als de meest succesvolle manier om de waarheid boven water te krijgen, indien dat al mogelijk mocht zijn.</p>
<p>Coetzee behandelt het thema omtrent de autobiografische waarheid en de hieraan grenzende aspecten van de biecht in zijn essays over Tolstoi, Rousseau en Dostojewski.  Er zijn volgens hem twee soorten van waarheid: ten eerste de feitelijke waarheid en ten tweede de waarheid die zich achter de feiten verschuilt. (…) “je schrijft omdat je niet weet wat het is dat je wilt zeggen. Al schrijvende ontdek je dat. Het schrijven gebruikt jou, het creëert wat ons verlangen &#8211; precies een moment daarvoor – was”. Het schrijven houdt een samenspel in tussen een stap naar de toekomst en een weerstand daartegen. De teneur van woorden roept weer andere woorden op, evenals het automatisme van de taal om in patronen te vallen die zichzelf blijven voortplanten. Coetzee legt uit dat uit dit samenspel iets kan ontstaan dat te herkennen valt als het ware. Voor hem is waarheid iets dat tijdens  het schrijfproces ontstaat.</p>
<p>Zelf vindt hij – op zijn vijftigste &#8211; dat hij voor zijn dertigste geen proza van belang heeft geschreven. Nu heeft hij daar begrip en verklaringen voor, destijds kon hij dat minder goed relativeren: hij beschouwde zichzelf onbarmhartig als een verrader, ontrouw aan zichzelf door niet te schrijven. Zijn onvermogen van toen om iets substantieels te schrijven verklaart hij uit een gevoel van walging dat hij had voor het aanschouwen van het lege papier, voor het schrijven zonder overtuiging, het ontbreken van een verlangen. Hij voelde haarscherp aan dat wanneer hij eenmaal zou beginnen met schrijven, dat hij dan nooit meer zou kunnen stoppen of hij het nou leuk vond of niet, hij  zou dan door moeten gaan tot het einde: net zoals je bij een executie het slachtoffer niet kunt laten bungelen terwijl er nog leven in zit en je ook moet doorgaan tot het einde. Zelf zegt hij hierover: “Spaarzaam proza en een spaarzame, zuinige wereld: het is een onaantrekkelijk deel van mijn make-up dat de mensen die hun leven met mij deelden, irriteerde<em>.</em>”</p>
<p>Gaandeweg ontdekte Coetzee dat het  verre van productief is om een antwoord te zoeken op de vraag waarom iemand een verlangen koestert: het antwoord bedreigt het einde van het verlangen. Hij ziet zijn proza als hard en droog, maar niettemin met een zekere hang naar een gevoelige uitweiding,  die hij vergelijkt met een laat-Romantische symfonie.</p>
<p>Coetzee ziet zichzelf als een langzaam en moeizaam denker: (…) “mijn denken is in verwarring en in hulpeloosheid geworpen vanwege al het lijden in de wereld en niet alleen het menselijk lijden”. Hierin valt al een aanzet te ontdekken naar zijn verhalen <em>The lives of animals, </em>vertaald in  <em>Dierenleven</em> (2001) en <em>The Problem of Evil </em>(2002) waarin hij de protagonist Elizabeth Costello haar mening over het lijden van dier en mens ten beste laat geven. Foucault ligt als een schaduw over zijn stukken betreffende de censuur. “Als ik terugkijk op mijn fictie dan zie ik een eenvoudige norm: die van het lichaam. Het lichaam bestaat, het bewijs hiervoor wordt geleverd omdat het pijn voelt.”</p>
<p> </p>
<p><strong>Tolstoi, Rousseau en Dostojewski</strong></p>
<p> Wanneer Coetzee desgevraagd door  Atwell aan het einde van de  interviews in <em>Doubling the Point </em> terugkijkt op de twintig jaar daarvoor,  de periode van 1970 tot 1990, dan ziet hij  zijn essay over Tolstoi, Rousseau en Dostojewski  uit 1983 als een duidelijke markering in zijn schrijverscarrière. Door de jaren heen heeft Coetzee altijd  de kracht van Tolstoi en Dostojewski  om zowel de waarheid te vertellen als het seculaire scepticisme over de waarheid te ontwrichten, bewonderd. Het schrijven van een autobiografie is eenvoudigweg het vertellen van een verhaal, net zo goed als het omgekeerde, dat al het schrijven autobiografisch is, een waarheid bevat.  In het essay over deze drie schrijvers zag hij zichzelf geconfronteerd met de opdracht na te gaan hoe de waarheid  in een autobiografie wordt verteld;  bovendien ziet hij bij zichzelf in de tijd vóór dat hij dit essay schreef een zekere absoluutheid in het verhaal dat hij over zichzelf vertelt; na het schrijven van dit essay wordt deze absoluutheid veel minder stellig. Wat gebeurde er dan in dat essay? En dan blijkt eens te meer hoezeer Coetzee het nodig heeft om de ruimte te krijgen een antwoord naar de oppervlakte van zijn bewustzijn te halen. Hij  legt uit wat er tijdens het schrijven van het essay gebeurde: er vond een dialoog plaats tussen twee personen: de een iemand die Coetzee wenste te zijn; de ander meer een schaduw, zoals hij toen werkelijk was. Het debat tussen deze twee personen betrof de waarheid in de autobiografie. De werkelijke Coetzee koos voor de meer extreme versie: er is geen ultieme waarheid over jezelf, je kunt het ook niet bereiken, wat wij waarheid noemen is slechts een verheffende zelfherwaardering waarvan de functie is het zich goed voelen, of zo goed mogelijk. Het schrijven van een autobiografie wordt gedomineerd door eigenbelang. Op een abstracte manier kan iemand zich bewust zijn van dat eigenbelang, maar uiteindelijk is het niet mogelijk dit niet geheel in kaart te brengen. De enige zekere waarheid in de autobiografie is dat iemand’s eigenbelang gericht zal zijn op de eigen blinde vlek. </p>
<p> </p>
<p><strong>Vreemdeling    </strong></p>
<p>Als  hij zelf een reactie moet geven op de persoon die hij was, dan ziet hij dit: in de eerste helft (1972-1982) een blanke man, Zuid-Afrikaan, een schrijver zonder  autoriteit. Als individu voelde hij zich op filosofisch niveau niet betrokken. Als adolescent meent hij dat hij een wetenschappelijke carrière in de wiskunde ambieert &#8211; hij  gaat daarom wiskunde studeren &#8211; hoewel zijn talenten in deze richting bescheiden zijn. Zijn gehele leven is hij niet geïnteresseerd in zijn omgeving, niet fysiek, noch sociaal. Hij leeft daar waar hij zich bevindt, volkomen naar binnen gekeerd. Op 21-jarige leeftijd verlaat hij Zuid-Afrika en vertrekt naar Engeland. Daar verruilt hij in het midden van de jaren zestig de computers voor een academisch leven: bestudering van de literatuur. Hij voelt zich niet thuis in Engeland en ook niet in de Verenigde Staten waar hij in Texas terechtkomt, maar hij heeft geen heimwee naar Zuid-Afrika. Hij voelt zich overal een vreemdeling.</p>
<p>    In de tijd dat hij zijn derde roman <em>Waiting for the Barbarians </em>(1980), in het Nederlands <em>Wachten op de barbaren</em> (1983) publiceert, begint er een bredere filosofisch besef bij hem te ontstaan. In de roman stelt hij de vraag waarom iemand de kant van het recht kiest, terwijl het niet in zijn persoonlijk belang is om dat te doen. De hoofdpersoon, de magistraat, antwoordt als volgt: “omdat wij geboren zijn met het idee van rechtvaardigheid.”  Hiervan afgeleid kan de vraag gesteld worden: “waarom zou ik geïnteresseerd zijn in de waarheid over mijzelf wanneer deze waarheid niet in mijn eigenbelang hoeft te zijn?” De auteur Coetzee antwoordt: “omdat wij geboren zijn met een idee van de waarheid.”</p>
<p>Op deze wijze geconstrueerd, zoals in <em>Doubling the Point </em> zou Coetzee nog wel een interview willen geven.  Het is echter de vraag of dat wat er overblijft nog wel een authentiek interview te noemen is. Coetzee heeft de interviews zelf gemaakt, hij heeft daar een tijdspanne van twee jaar voor genomen. Coetzee creëert als het ware het verhaal over zichzelf, en daarin zie ik  een overeenkomst met de autobiografie, waarin de auteur ook een zodanig plaatje construeert, zoals hij wil dat het publiek hem leest. Vervolgens blijft de kwestie omtrent het waarheidsgehalte van de autobiografie een onbesliste, overgelaten aan het vertrouwen dat het publiek stelt in de schrijver Coetzee.</p>
<p>Wat Coetzee oproept bij de lezer is een verlangen om nu dan toch eindelijk eens iets van Byatt te gaan lezen, of van Amos Oz, of de dagboeken van Musil, de auto-biografie van Joseph Frank over Dostojewski, , Richardson’s klassieker <em>Clarissa, </em>of waarom niet –- Marcellus Emants. Het essay over Emants is een van de weinige stukken waarin Coetzee  duidelijk en redelijk absoluut een vonnis uitspreekt.</p>
<p>Uiteindelijk blijkt weer eens temeer dat schrijven een hoog autobiografisch gehalte kent…</p>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p>
<p align="left"> </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.readers-talk.com/103/j-m-coetzee-en-zijn-essays/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>East Coker by T.S.Eliot &#8211; a fragment</title>
		<link>http://www.readers-talk.com/101/east-coker-by-t-s-eliot-a-fragment/</link>
		<comments>http://www.readers-talk.com/101/east-coker-by-t-s-eliot-a-fragment/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 16 Dec 2009 19:47:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Cora Stam</dc:creator>
				<category><![CDATA[Poetry]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.readers-talk.com/?p=101</guid>
		<description><![CDATA[Reading Eliot&#8217;s poems is a nice way to spend winter evenings.
I found a quote, from the second of The Four Quarters, &#8220;East Coker&#8221;
&#8220;Do not let me hear
Of the wisdom of old men, but rather of their folly,
Their fear of fear and frenzy, their fear of possession,
Of belonging to another, or to others, or to God.
The [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Reading Eliot&#8217;s poems is a nice way to spend winter evenings.<br />
I found a quote, from the second of <strong>The Four Quarters</strong>, &#8220;East Coker&#8221;</p>
<p>&#8220;<strong>Do not let me hear<br />
Of the wisdom of old men, but rather of their folly,<br />
Their fear of fear and frenzy, their fear of possession,<br />
Of belonging to another, or to others, or to God.<br />
The only wisdom we can hope to acquire<br />
Is the wisdom of humility: humility is endless.&#8221;</strong></p>
<p>Even knowing what Eliot is saying here, does not make me wise.<br />
I think you can&#8217;t achieve wisdom consciously.<br />
So, there seems to be a contradiction, because when someone is saying that he is wise,<br />
he&#8217;s certainly not modest&#8230;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.readers-talk.com/101/east-coker-by-t-s-eliot-a-fragment/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>The word ‘metaphysics’ and the concept of metaphysics</title>
		<link>http://www.readers-talk.com/99/the-word-%e2%80%98metaphysics%e2%80%99-and-the-concept-of-metaphysics/</link>
		<comments>http://www.readers-talk.com/99/the-word-%e2%80%98metaphysics%e2%80%99-and-the-concept-of-metaphysics/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 16 Dec 2009 19:40:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Cora Stam</dc:creator>
				<category><![CDATA[Metaphysics]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.readers-talk.com/?p=99</guid>
		<description><![CDATA[The word ‘metaphysics’ is not easy to define. It is derived from a collective title of the fourteen books by Aristotle that we use to call nowadays “Aristotle&#8217;s Metaphysics.”
However, Aristotle himself did not know the word. He had four names for the branch of philosophy that is the subject-matter of Metaphysics: ‘first philosophy’, ‘first science’, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>The word ‘metaphysics’ is not easy to define. It is derived from a collective title of the fourteen books by Aristotle that we use to call nowadays “<strong>Aristotle&#8217;s Metaphysics</strong>.”</p>
<p>However, Aristotle himself did not know the word. He had four names for the branch of philosophy that is the subject-matter of Metaphysics: ‘first philosophy’, ‘first science’, ‘wisdom’, and ‘theology’.) At least one hundred years after Aristotle&#8217;s death, an editor of his works entitled those fourteen books “<em>Ta meta ta phusika</em>”—“the after the physicals” or “the ones after the physical ones”. </p>
<p>Throughout the centuries the meaning of metaphysics has been developed and today we consider the following sections as parts of the concept:   </p>
<p>Abstract objects and mathematics;</p>
<p>Cosmology and cosmogony;</p>
<p>Determinism and free will;</p>
<p>Identity and change;</p>
<p>Mind and matter;</p>
<p>Necessity and possibility;</p>
<p>Objects and their properties;</p>
<p>Religion and spirituality;</p>
<p>Space and time</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.readers-talk.com/99/the-word-%e2%80%98metaphysics%e2%80%99-and-the-concept-of-metaphysics/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>From Fairest Creatures We Desire Increase</title>
		<link>http://www.readers-talk.com/90/from-fairest-creatures-we-desire-increase-shakespeare-sonnet-1/</link>
		<comments>http://www.readers-talk.com/90/from-fairest-creatures-we-desire-increase-shakespeare-sonnet-1/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 15 Dec 2009 15:57:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Cora Stam</dc:creator>
				<category><![CDATA[Poetry]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.readers-talk.com/90/from-fairest-creatures-we-desire-increase-shakespeare-sonnet-1/</guid>
		<description><![CDATA[Sonnet 1
 
From fairest creatures we desire increase,
That thereby beauty&#8217;s rose might never die,
But as the riper should by time decrease,
His tender heir mught bear his memory:
But thou, contracted to thine own bright eyes,
Feed&#8217;st thy light&#8217;st flame with self-substantial fuel,
Making a famine where abundance lies,
Thyself thy foe, to thy sweet self too cruel.
Thou that art now [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Sonnet 1</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><em> </em></p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><em>From fairest creatures we desire increase,</em><em><br />
<em>That thereby beauty&#8217;s rose might never die,</em><br />
<em>But as the riper should by time decrease,</em><br />
<em>His tender heir mught bear his memory:</em><br />
<em>But thou, contracted to thine own bright eyes,</em><br />
<em>Feed&#8217;st thy light&#8217;st flame with self-substantial fuel,</em><br />
<em>Making a famine where abundance lies,</em><br />
<em>Thyself thy foe, to thy sweet self too cruel.</em><br />
<em>Thou that art now the world&#8217;s fresh ornament</em><br />
<em>And only herald to the gaudy spring,</em><br />
<em>Within thine own bud buriest thy content</em><br />
<em>And, tender churl, makest waste in niggarding.</em><br />
<em>Pity the world, or else this glutton be,</em><br />
<em>To eat the world&#8217;s due, by the grave and thee.</em></em></p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><em> </em> <strong>William Shakespeare</strong> 1564-1616 -  Sonnets and  &#8217;A lovers complaint&#8217; </p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><em> </em></p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Translation to modern English:</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">We want all beautiful creatures to reproduce themselves so</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">that beauty’s flower will not die out;</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">but as an old man dies in time,</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">he leaves a young heir to carry on his memory.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">But you, concerned only with your own beautiful eyes,</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">feed the bright light of life with self-regarding fuel,</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">making beauty shallow by your preoccupation with your looks.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">In this you are your own enemy, being cruel to yourself.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">You, who are the world’s most beautiful ornament</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">and the chief messenger of spring,</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">are burying your gifts within yourself.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">And, dear selfish one, because you decline to reproduce,</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">you are actually wasting that beauty.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Take pity on the world or else be the glutton</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">who devours, with the grave, what belongs to the world.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.readers-talk.com/90/from-fairest-creatures-we-desire-increase-shakespeare-sonnet-1/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
